Op Heeden den 3 Maart In den Jaare Seventienhondert Sestig compareerde voor mij Jan Rijpland openbaar notaris bij den Ed:e hove van Holland geadmitteerd te Amsterdam residenende in praesentie van de nagem:e getuijgen
3 Maart
Compe monsr Dirk Beuning, woonende binnen deze stad, mij notaris bekend, te kennen gevende, dat zijn comparants behuwt vaeder Evert Beuning aan hem comparant heeft vertoont, en ook daar op bij hem gezien, en gelesen het testament door hem Evert Beuning en zijne nu overledene moeder Grietje Dijks te zaemen op den 3e Junij der Jaar 1744 ten overstaan van mij notarie en getuijgen gpan: [?], waarbij dezelve zijne moeder, tot haere erfgenaemen heeft gestelt hem comparant Dirk Beuning in vorig huwelijk met Jan Beuning verwekt, en het kind dat zij reets uijt haar tegenwoordig huwelijk [1 woord onleesbaar doorgestreept] of verder verkrijgen en nalaten mogt, als mede haer voorsz: man mede voor een kindsgedeelte, en zulks ijder voor egaale portien, en wijder zo als in het gemelde testament, verder gemelt staat.
Dat zijn comparants voorsz: moeder voor een korten tijd, haar gemelde tutament met en dood bevetigt hebbende, de voorsz: zijne behuwt vader Evert Beuning aan hem comparant heeft gedaan, in gegeven volkomen opening en kennisse, van den toestant, en gelegentheijd van den gemeenen boedel van hem Evert Beuning en zijne nu overledene huijsvrouw, dat hij comparant ah [?] nu met dezelve zijne behuwt vaeder aangaande, en wegens de uijtkeering van zijn comparants voorsz erfpentie [?], hem uijt kragte als voeren in zijn voorsz: moeders nalatenschap competerende was geaccordeert en over een gekomen dat deselve zijnen behuwt vader voor zijn voorsg: erfpentie [?], of censes de part, eens voor all zoude voldoen met een somme van vijf hondert guldens.
Ingevolge van ’t welke hij comparant daar mits dien/deren [?] bekende uijt handen van zijn meergedagte behuwt vaeder Evert Beuning, de voorsz: somme van vijf hondert guldens in voldoening als boven ontfangen te hebben, waar mede hij comparant dan bekende van zijne voorsz: erffenisse, en al het geen hem comp: uijt kragte van ’t voorsz: testament competeert, ten vollen voldaan, en wel betaalt te zijn, weehalven hij Comp: den voorsz: zijnen schoonvaeder verklaart te quiteeren, finaal, en absolut, zonder eenige reserve, en voorts met belefte [?] van bevrijding voor namaening deswegens aller onder renunocatie van het eijschen of verdere van nadere, of andere opening der gemelden boedels, mitsgaeders ean relief en all het geen door middel van eenig regt of gratie, hier tegen bedagt kan werden, onder verband als na regten.
Getekend in amsteld: voor pretens
[handtekeningen]
Petrus Martinen fakser en Simon Mimius aligst
Dirk Beunink
P.M. Faber
H. Consieuk
Mr.Jan Rijnland
bron akte: Stadsarchief Amsterdam archiefnr 5075, inv.nr 12217, akte 666108
De akte is getranscribeerd met behulp van Transkribus. Minimaal verduidelijkingen in de tekst zijn aangebracht.